Hoe werken tijdzones?

Omdat de aarde in 24 uur om haar as draait, staat de zon niet overal tegelijk op z'n hoogst. Zou de hele wereld dezelfde klok gebruiken, dan was het in het ene land midden op de dag 12:00 uur en in het andere land midden in de nacht. Daarom is de wereld sinds eind negentiende eeuw verdeeld in tijdzones: stroken van ruwweg 15 lengtegraden waarbinnen iedereen dezelfde tijd aanhoudt.

UTC als nulpunt

Elke tijdzone wordt uitgedrukt als een verschil met UTC, de wereldstandaardtijd. Nederland zit op UTC+1 (en op UTC+2 tijdens de zomertijd). Thailand zit op UTC+7: het verschil met Nederland is dus 7 − 1 = 6 uur in onze winter en 7 − 2 = 5 uur in onze zomer. Zo kun je elk tijdsverschil zelf uitrekenen.

Waarom grenzen niet recht zijn

Tijdzones volgen in de praktijk landsgrenzen, niet de lengtegraden. Landen kiezen bovendien soms bewust een afwijkende zone: Spanje houdt dezelfde tijd aan als Nederland hoewel het geografisch bij het Verenigd Koninkrijk hoort, en China gebruikt één tijd voor het hele land, hoewel het vijf zones breed is. Er bestaan ook halve en kwartierzones: India zit op UTC+5:30 en Nepal zelfs op UTC+5:45.

Vooruit of achteruit?

Een simpel ezelsbruggetje: oost is eerder wakker. Reis je naar het oosten (Azië, Australië), dan loopt de klok daar vóór en moet je uren optellen. Reis je naar het westen (Noord- en Zuid-Amerika), dan loopt de klok achter en trek je uren af. Bij een heel groot verschil kom je over de datumgrens heen en verandert zelfs de datum.

Verder lezen